ECLI:NL:CRVB:2006:AY8282

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5750 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 2 Besluit premiedifferentiatie WAO
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging premiedifferentiatie WAO ondanks buitenissige oorzaak arbeidsongeschiktheid ex-werknemer

In deze zaak is hoger beroep ingesteld door appellante tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch inzake de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO over 2004. Appellante voerde aan dat de arbeidsongeschiktheid van haar ex-werknemer het gevolg was van een buitenissige oorzaak, namelijk mishandeling door derden, waardoor toepassing van de wettelijke premiedifferentiatie onredelijk zou zijn.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en zich aangesloten bij de feiten en overwegingen van de rechtbank. De Raad overwoog dat het wettelijke kader, in het bijzonder artikel 6 lid 2 van Pro het Besluit premiedifferentiatie WAO, geen ruimte biedt voor afwijking van de premiedifferentiatie op grond van bijzondere omstandigheden zoals in deze casus.

De Raad benadrukte dat bij een categorale legislatieve maatregel als de premiedifferentiatie geen afwijking mogelijk is en dat de buitenissige oorzaak van de arbeidsongeschiktheid van de ex-werknemer, die buiten de invloedssfeer van de werkgever lag, geen aanleiding geeft om af te wijken van het wettelijk regime.

Daarmee werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de premiedifferentiatie WAO wordt bevestigd zonder verlaging van de premie.

Uitspraak

05/5750 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 5 augustus 2005, 04/1401 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 31 augustus 2006.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.C. Frissart-Kallenbach, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 augustus 2006, waar appellante zich heeft doen vertegenwoordigen door het hoofd van de administratie [hoofd administratie appellante], bijgestaan door mr Frissart-Kallenbach voornoemd als raadsvrouwe.
II. OVERWEGINGEN
De Raad sluit zich aan bij de feiten zoals die in de aangevallen uitspraak zijn weergegeven.
In hoger beroep beklemtoont appellante, dat anders dan waarvan in de aangevallen uitspraak in overeenstemming met het bestreden besluit van het Uwv van 12 mei 2004 is uitgegaan, in dit geding in de situatie van de ex-werknemer van appellante
[ex-werknemer] sprake is van een bijzonder geval, waarin strikte toepassing van wettelijke voorschriften van dwingendrechtelijke aard in die mate in strijd komt met de algemene bestuursrechtelijke beginselen, dat toepassing van die voorschriften om die reden geen rechtsplicht meer kan zijn en dat derhalve de aan hem in 2002 verstrekte WAO-uitkering uit hoofde van niet aan werkgeefster toe te rekenen redelijkheid en billijkheid niet meegenomen dient te worden bij het vaststellen van de gedifferentiëerde premie ingevolge de WAO over 2004. [De ex-werknemer] is immers tengevolge van aan zijn echtgenote en anderen te wijten mishandeling per 12 november 2000 een medisch verlamd wrak geworden die buiten het arbeidsproces is geraakt en heeft voor 1 januari 2002, te weten per 12 november 2001 een WAO-uitkering verkregen.
De Raad overweegt te dien aanzien dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat het samenstel van wettelijke bepalingen, inzonderheid -artikel 6, lid 2 van- het Besluit premiedifferentiatie WAO in de hier aan de orde zijnde casus geen ruimte biedt om de gedifferentiëerde premie als verlangd te verlagen.
Bij een categorale legislatieve maatregel als hier aan de orde past geen afwijking van de regelgeving en kan aan de buitenissige oorzaak van de arbeidsongeschiktheid van [De ex-werknemer] zonder enige invloed van de werkgeefster niet die aan het wettelijk regime ontkomende betekenis worden toegekend welke appellante daaraan gehecht wenst te zien. Naar het oordeel van de Raad is er hier, ook in vergelijking tot andere gevallen, geen sprake van een zodanig bijzonder geval, waardoor toepassing van het dwingende wettelijk stelsel geen rechtsplicht meer zou opleveren en zou moeten wijken voor redelijkheid en billijkheid.
Uit het voorgaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.M.T. Kruls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2006.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) C.M.T. Kruls.
HE/1686