ECLI:NL:CRVB:2006:AY8293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25 procent
Appellante, werkzaam als cateringmedewerkster, viel op 27 mei 2000 uit wegens overspannenheid. Het UWV stelde bij besluit van 17 juli 2001 een WAO-uitkering vast met een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 15 en 25 procent, rekening houdend met haar beperkingen en de belastende aspecten van haar werk. Appellante maakte bezwaar tegen deze beoordeling en voerde aan dat haar klachten ernstiger waren dan vastgesteld en dat de functies die haar werden toegerekend niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat de verzekeringsarts de beperkingen voldoende had gemotiveerd en dat het door appellante overgelegde rapport van psychiater Balraadsjing betrekking had op een latere periode dan de datum van beoordeling. In hoger beroep handhaafde appellante haar medische bezwaren, ondersteund door een verklaring van psychiater S. Bissessur.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit medisch kan worden gedragen door de rapporten van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts. Het onderzoek was zorgvuldig uitgevoerd en de arbeidsdeskundige had vastgesteld dat appellante ongeschikt was voor haar eigen werk maar geschikt voor andere functies binnen haar belastbaarheidspatroon, met een verlies aan verdienvermogen van circa 18%. De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en bevestigde het besluit van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.