ECLI:NL:CRVB:2006:AY8295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening besluit UWV wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank die het besluit van het UWV bevestigde om een verzoek tot herziening van een besluit van 6 augustus 1992 af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de vraag centraal stelde of er sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank stelde vast dat appellant geen nieuwe feiten had aangedragen, aangezien de door hem genoemde knieklachten en allergieën niet als nieuwe omstandigheden konden worden beschouwd.
Appellant heeft bij de Centrale Raad van Beroep dezelfde gronden aangevoerd als bij de rechtbank. De Raad heeft het hoger beroep onderzocht en geoordeeld dat geen gronden aanwezig zijn om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, dat betrekking heeft op herziening van bestuursbesluiten. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank volledig en bevestigt de aangevallen uitspraak.
De uitspraak is gedaan door J. Janssen, in aanwezigheid van griffier M.H.A. Uri, en is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2006. Hiermee blijft het besluit van het UWV in stand dat het verzoek van appellant tot herziening afwijst wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.