ECLI:NL:CRVB:2006:AY8302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante raakte in november 1999 gewond aan haar rechterenkel door een ongeval, wat leidde tot post traumatische dystrofie en arbeidsongeschiktheid. Zij ontving vanaf 18 november 2000 een WAO-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Op 2 oktober 2001 trok het Uwv deze uitkering in met ingang van 29 november 2001, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het Uwv minder dan 15% bedroeg.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond en wees haar verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd getoetst of het oordeel van de rechtbank stand kon houden.
De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank dat het Uwv niet verplicht was om de eerder aangenomen urenbeperking opnieuw in het belastbaarheidspatroon op te nemen. De medische rapportage van 20 augustus 2003 toonde geen aanwijzingen dat de beperkingen waren onderschat. De geselecteerde functies waren passend bij de beperkingen van appellante, die deze zittend in een rolstoel kon verrichten met het rechterbeen gestrekt. De Raad vond de aangevoerde nieuwe argumenten onvoldoende om het besluit te wijzigen en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt en appellante geschikt is voor de geselecteerde functies.