ECLI:NL:CRVB:2006:AY8472

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-5378 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet betaling griffierecht in hoger beroep UWV

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting op 3 augustus 2006 waren partijen niet aanwezig. De Raad oordeelde dat appellant geen gegronde redenen had aangevoerd om het verzet toe te wijzen.

Het argument van appellant dat hij door toedoen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) financieel benadeeld zou zijn, werd niet als voldoende grond gezien om het verzuim te excuseren.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 14 september 2006 in het openbaar uitgesproken door M.A. Hoogeveen.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

05/5378 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 18 juli 2005, 05/249 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 september 2006.
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 1 februari 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 1 februari 2006 heeft appellant verzet gedaan.
De behandeling van het verzet is aan de orde gesteld ter zitting van 3 augustus 2006, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 1 februari 2006 berust hierop, dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
De Raad is van oordeel dat appellant in het verzetschrift geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.
Het argument dat appellant door toedoen van het Uwv financieel is benadeeld is geen grond om het verzuim te excuseren.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.H. Peper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 september 2006.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) S.H. Peper.