ECLI:NL:CRVB:2006:AY8479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening besluit AAW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, die sinds zijn jeugd ernstige astma bronchiale en diverse allergieën heeft, diende in 1997 een aanvraag in voor een AAW-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat appellant niet voldoende arbeidsongeschikt was volgens de geldende criteria. Een bezwaarschrift werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
In 2003 verzocht appellant om herziening van het besluit, stellende dat er geen zorgvuldig onderzoek naar zijn longklachten was gedaan en dat een onafhankelijk longarts ontbrak. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd die herziening rechtvaardigen en dat toepassing van artikel 8:75 Awb Pro niet aan de orde was. Het hoger beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van het besluit op de AAW-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.