ECLI:NL:CRVB:2006:AY8481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid tot arbeid ondanks psychische klachten
Appellant, werkzaam als schoonmaker en aftanker van bussen, meldde zich op 21 september 2002 ziek vanwege psychische klachten. Na meerdere beoordelingen door verzekeringsartsen werd hij per 30 juni 2003 hersteld verklaard en werd het recht op ziekengeld beëindigd. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het UWV.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond, waarbij zij het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts als zorgvuldig beoordeelde. In hoger beroep werd een brief van een neuroloog overgelegd waaruit bleek dat appellant leed aan een depressie gerelateerd aan sociale problematiek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat ondanks de psychische klachten en sociale problemen, de arbeidsdeskundige rapportage en het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts voldoende gronden boden om te concluderen dat appellant in staat was zijn arbeid te verrichten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet noodzakelijk geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 30 juni 2003.