ECLI:NL:CRVB:2006:AY8541
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij hoger beroep WWB
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem in een WWB-zaak, maar deed dit buiten de wettelijke termijn van zes weken. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege deze termijnoverschrijding.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen. Dit verzet werd behandeld op 19 juli 2006, waarbij appellant aanwezig was en het College van burgemeester en wethouders van Haarlem niet.
De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde excuses, waaronder een vergissing in de einddatum, onvoldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij het hoger beroep.