ECLI:NL:CRVB:2006:AY8613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellante betwist het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 12 april 2003 in te trekken. De rechtbank Breda verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit. De Raad sluit zich aan bij het medische oordeel van de verzekeringsartsen, die de medische gegevens van de huisarts en specialisten hebben betrokken.
De Raad beoordeelt vervolgens de arbeidskundige onderbouwing van het besluit, waarbij het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) is gebruikt. Hoewel het CBBS in principe als aanvaardbaar wordt beschouwd, moet het besluit op bezwaar voorzien zijn van een deugdelijke toelichting en motivering. Deze ontbrak in eerste aanleg, maar werd in hoger beroep met een arbeidskundig rapport van 2 februari 2005 alsnog aangeleverd.
Gelet hierop vernietigt de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb laat hij de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante en vergoedt het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ontbrekende arbeidskundige motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.