ECLI:NL:CRVB:2006:AY8707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over dagloon zonder vakantiebonnen bij uitkering WW
Appellant, werkzaam als timmerman, ontving vakantiebonnen van zijn werkgever. Bij de vaststelling van zijn dagloon voor de WW-uitkering heeft het UWV deze vakantiebonnen niet meegerekend. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat de vakantiebonnen wel tot het loon moesten worden gerekend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond omdat de werkgever van appellant was ingedeeld in de sector uitzendbedrijven, waardoor het Bijzonder Dagloonbesluit van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging (NAB) van toepassing was. Dit besluit sluit het meenemen van vakantiebonnen in het dagloon uit.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het niet beslissend is of de CAO Bouw van toepassing was en bevestigde dat het Bijzonder Dagloonbesluit IWS Bouwnijverheid alleen geldt voor werkgevers die bij de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid zijn aangesloten. De werkgever van appellant was onjuist ingedeeld, maar dit verandert niets aan de toepassing van het juiste besluit.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de situaties niet gelijk zijn: in andere gevallen waar vakantiebonnen wel werden meegenomen, was dat gebaseerd op een specifieke garantieregeling. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat vakantiebonnen niet tot het dagloon behoren bij de WW-uitkering van appellant.