ECLI:NL:CRVB:2006:AY8720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WW-dagloon met terugwerkende kracht en weigering wettelijke rente
Betrokkene ontving op basis van een besluit van 20 januari 1994 een WW-uitkering met een vastgesteld dagloon. Na een verzoek tot herziening verhoogde appellant het WW-dagloon met terugwerkende kracht tot 3 januari 1994. Appellant weigerde echter wettelijke rente te vergoeden over de nabetaling, hetgeen door de rechtbank als onrechtmatig werd beoordeeld.
Appellant erkende de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene moesten komen, aangezien betrokkene geen rechtsmiddel had aangewend tegen de dagloonvaststelling en pas na lange tijd een herzieningsverzoek had ingediend. De Centrale Raad onderschreef dit standpunt, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank Maastricht en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee werd bevestigd dat appellant niet verplicht was wettelijke rente te betalen over de nabetaling van het WW-dagloon.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant is niet verplicht wettelijke rente te vergoeden over de nabetaling.