ECLI:NL:CRVB:2006:AY8725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- B.M. Biever-van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing woonvoorziening badlift op grond van geen medische noodzaak
Appellante verzocht het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer om een woonvoorziening in de vorm van een badlift op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten. Na advies van een indicatie-adviseur, die concludeerde dat appellante weliswaar moeite had met opstaan uit bad, maar geen indicatie voor baden aanwezig was, wees het College het verzoek af. Het bezwaar van appellante werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat niet was gebleken van een medische noodzaak voor een badlift, aangezien appellante in staat was om in bad te douchen en de conclusie van de indicatie-adviseur niet onjuist was.
De Raad merkte op dat indien de situatie van appellante in de toekomst verslechtert, zij een nieuw verzoek kan indienen. Er werd geen aanleiding gezien om appellante in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek om een badlift als woonvoorziening wordt bevestigd wegens het ontbreken van medische noodzaak.