ECLI:NL:CRVB:2006:AY8748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding buikwandcorrectie wegens ontbreken medische indicatie
Appellante heeft bij haar zorgverzekeraar VGZ een machtiging aangevraagd voor een plastisch-chirurgische behandeling bestaande uit een borstreductie en een buikwandcorrectie. De aanvraag werd op advies van de medisch adviseur van VGZ afgewezen omdat niet was voldaan aan de indicatievereisten van artikel 2 van Pro de Regeling medisch-specialistische hulp Ziekenfondswet.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat alleen voor de borstreductie inmiddels een medische indicatie bestond, waarvoor VGZ later alsnog een machtiging heeft afgegeven. Voor de buikwandcorrectie is echter geen sprake van aantoonbare functiestoornissen of verminkingen als gevolg van ziekte, ongeval of geneeskundige verrichting. Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en baseert zich op de medische adviezen en de wettelijke criteria uit de Regeling. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. de Mooij op 20 september 2006.
Uitkomst: De afwijzing van de vergoeding voor de buikwandcorrectie wordt bevestigd wegens ontbreken van medische indicatie.