ECLI:NL:CRVB:2006:AY8750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering
Appellant was commercieel medewerker en viel uit wegens psychische en maag-/darmklachten. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg en weigerde een WAO-uitkering. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende onderbouwing van de arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep bracht appellant een psychiatrisch rapport in dat zijn psychische beperkingen benadrukte. Het UWV nam een nieuw besluit met een uitgebreidere arbeidskundige onderbouwing, maar dit werd door de Raad alsnog vernietigd wegens strijd met de Awb. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige Soeters die meer beperkingen vaststelde.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen het eerdere vonnis niet-ontvankelijk, vernietigde het tweede UWV-besluit maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Hoger beroep tegen eerdere uitspraak niet-ontvankelijk; UWV-besluit vernietigd met in stand blijvende rechtsgevolgen; UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding.