ECLI:NL:CRVB:2006:AY8751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid voor administratief werk
Appellant, voormalig schilder, werd arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering die later werd ingetrokken omdat hij passende functies kon verrichten. Na een gedeeltelijke werkhervatting en hernieuwde uitval met rugklachten, werd zijn WAO-uitkering opnieuw ingetrokken. Het UWV weigerde ziekengeld per 2 december 2002 omdat appellant geschikt werd geacht voor administratief werk, gebaseerd op medisch en arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellant betwistte het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde neuroloog Den Heijer en stelde dat onderzoek door een anesthesioloog meer passend was. De Raad oordeelde echter dat het neuroloogonderzoek adequaat en zorgvuldig was en dat het inschakelen van een anesthesioloog geen meerwaarde bood, aangezien deze zich richt op pijnbestrijding en niet op het vaststellen van de oorzaak.
De Raad volgde de vaste rechtspraak dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige door de bestuursrechter wordt gevolgd, tenzij zwaarwegende redenen aanwezig zijn. Geen tegenstrijdigheden werden gevonden in het rapport van Den Heijer. Ook de brief van de anesthesioloog bevestigde dat appellant weliswaar pijnklachten had, maar niet arbeidsongeschikt was voor administratief werk. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit tot weigering van ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt is voor administratief werk.