ECLI:NL:CRVB:2006:AY8758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid functies bij WAO-arbeidsongeschiktheidsschatting
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV, waarbij zij stelde dat de geduide functies niet passend waren. De rechtbank Amsterdam vernietigde eerder een besluit van het UWV wegens een motiveringsgebrek omtrent de omzetting van het Functie Informatie Systeem naar de Functionele Mogelijkheden Lijst.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het UWV de medische beperkingen van appellante correct had vastgesteld en dat het geschatte arbeidsvermogen op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst en de toelichting van de arbeidsdeskundige toereikend was gemotiveerd.
Appellante is niet verschenen bij de zitting en haar aanvullende bezwaren werden door de Raad niet gevolgd. De Raad concludeerde dat de belasting van de geduide functies de mogelijkheden van appellante niet te boven gaat en dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet is onderschat.
De uitspraak bevestigt het besluit van het UWV dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante ongewijzigd blijft vastgesteld tussen 15 en 25 procent.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante correct is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.