ECLI:NL:CRVB:2006:AY8762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WAO-dagloon en vervolguitkering bij geschil over salarisspecificaties
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv inzake de vaststelling van haar WAO-dagloon en vervolguitkering. Het geschil betreft de juiste berekening van het dagloon, waarbij appellante aanvoert dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met loonspecificaties uit 2001 en een loonsverhoging van 4% per 1 januari 2001.
De Raad overweegt dat het Uwv het dagloon heeft berekend op basis van het uurloon inclusief toeslagen, hetgeen volgens de salarisspecificaties de meest aangewezen gegevens zijn. De Raad wijst appellantes standpunt af dat het basissalaris als uitgangspunt moet gelden, omdat deze specificaties buiten de referteperiode vallen.
Wel oordeelt de Raad dat de rechtbank het geding te beperkt heeft beoordeeld door het besluit van 6 juli 2004 slechts gedeeltelijk te vernietigen. De Raad vernietigt dit besluit volledig en stelt het dagloon van de loondervingsuitkering vast op €67,01 per 2 juli 2001. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv tot betaling van wettelijke rente over de niet uitbetaalde uitkering en in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het dagloon per 2 juli 2001 wordt vastgesteld op €67,01 en het besluit van 6 juli 2004 wordt vernietigd, met toekenning van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.