ECLI:NL:CRVB:2006:AY8818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en passendheid geselecteerde functies
Appellant, arbeidsongeschikt gemeld sinds mei 1999 wegens psychische klachten, kreeg aanvankelijk een volledige WAO-uitkering toegekend. Het UWV herzag deze uitkering per 1 februari 2002 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundige voldoende onderbouwd zijn. Hoewel er verschil is tussen eerdere conclusies over de belastbaarheid van appellant, acht de Raad de latere conclusie dat appellant gedeeltelijk belastbaar is, verantwoord gezien zijn dagindeling en herstel.
De Raad bevestigt dat drie van de zes geselecteerde functies passend zijn, mede gelet op de GAF-score en het functioneren van appellant. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en de geschiktheid van drie geselecteerde functies.