ECLI:NL:CRVB:2006:AY8947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens ontbreken medische verslechtering
Appellant was werkzaam als schoonmaker en meldde zich ziek vanwege rug-, knie-, hoofdpijn- en spanningsklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Vermeer en beoordeling van medische gegevens, waaronder huisartsenjournaal, werd appellant per 15 mei 2003 hersteld verklaard voor zijn arbeid. Het UWV weigerde daarop ziekengeld toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts de medische gegevens consistent en deskundig had beoordeeld zonder noodzaak tot benoeming van een extra medisch deskundige.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met aanvullende medische informatie van de huisarts en dat de specifieke deskundigheid ook bij de arbeidsdeskundige ligt, waardoor een medisch deskundige benoemd had moeten worden. De Raad oordeelde echter dat de medische toestand geen verslechtering vertoonde ten opzichte van de periode dat appellant werkte en dat het de taak van de (bezwaar)verzekeringsarts is om de geschiktheid voor arbeid te beoordelen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en vond geen gronden voor benoeming van een deskundige of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Daarmee bleef de weigering van ziekengeld in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens ontbreken van medische verslechtering.