ECLI:NL:CRVB:2006:AY9026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging tijdelijk dienstverband wegens onvoldoende functioneren administratief medewerker
Appellant was van juli 2001 tot november 2003 werkzaam bij de Sociale Dienst Amsterdam, eerst op basis van een arbeidsovereenkomst en daarna als ambtenaar in tijdelijke dienst. Tijdens deze periode zijn vier beoordelingen opgesteld waaruit blijkt dat appellant niet voldeed aan de redelijke eisen die aan zijn functie werden gesteld.
Het college besloot het dienstverband niet te verlengen en dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd. Appellant voerde in hoger beroep onder meer aan dat hij wel goed functioneerde in een hogere functie, dat sprake was van vooringenomenheid, dat hij geen functietypering had ontvangen en dat het college onterecht niet had besloten over een verlenging.
De Raad oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellant niet aan de functie-eisen voldeed, dat er geen aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid en dat het ontbreken van een functietypering niet tot vernietiging leidt. Ook is het college bevoegd het dienstverband niet te verlengen, mede gelet op het advies van de bezwarencommissie. De grief over de flexwetgeving faalt eveneens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van het tijdelijke dienstverband wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.