ECLI:NL:CRVB:2006:AY9055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot niet-uitbetaling salaris wegens niet-naleving ziekteverzuimverplichtingen
Appellant was operationeel chef bij de politie en werd op 29 mei 2002 ontslagen. Hij meldde zich ziek op 28 maart 2002 wegens gewrichtsklachten. De Korpsbeheerder liet per 1 oktober 2002 de aanspraken op salaris vervallen wegens het niet naleven van ziekteverzuimverplichtingen. Een commissie oordeelde op 5 mei 2003 dat appellant arbeidsongeschikt was voor zijn functie, ook op 1 november 2002.
De Korpsbeheerder hervatte de salarisbetaling vanaf 17 oktober 2002 en betaalde achterstallig salaris uit vanaf 1 oktober 2002, maar hield een bedrag van €2.135,49 in wegens onterecht betaalde bezoldiging over 1 tot 17 oktober 2002. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de Korpsbeheerder verklaarde deze ongegrond. De rechtbank bevestigde dit en het hoger beroep bij de Raad volgde.
De Raad overwoog dat het gunstige oordeel van de commissie onvoldoende is om aanspraak op salaris te rechtvaardigen indien het vervallen van aanspraken verband houdt met het niet nakomen van verplichtingen die direct met medische geschiktheid te maken hebben. Appellant had vóór 17 oktober 2002 niet voldaan aan zijn verplichtingen, waardoor hij geen recht heeft op salaris over die periode. Ook een beroep op vertrouwen in de juistheid van de betaling faalde. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat appellant geen aanspraak heeft op salaris over 1 tot 17 oktober 2002.