ECLI:NL:CRVB:2006:AY9112
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing werking uitspraak over voorwaardelijk ontslag trambestuurder
Betrokkene is sinds 2001 werkzaam als trambestuurder bij het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam (GVB). Hij kreeg op 30 juni 2005 voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens het beantwoorden van zijn mobiele privételefoon tijdens het besturen van een tram. Later werd bij een controle een depottekort van €389,41 geconstateerd, waarop het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer werd gelegd.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam oordeelde dat het gebruik van de mobiele telefoon plichtsverzuim oplevert, maar dat het opgelegde voorwaardelijke ontslag daarvoor niet evenredig was. Het depottekort werd eveneens als plichtsverzuim gezien, maar ook daarvoor was het ontslag niet evenredig. Alleen het meer subsidiair opgelegde voorwaardelijke ontslag bleef in stand.
Verzoeker, het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam, stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak te schorsen, zodat het dienstverband niet hersteld hoeft te worden en geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te worden genomen. De voorzieningenrechter achtte het spoedeisend belang aanwezig en vond voldoende zwaarwegende redenen om de schorsing toe te staan, mede vanwege de veiligheid en betrouwbaarheid die in het geding zijn bij de functie van trambestuurder.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker geen nieuwe beslissing op bezwaar hoeft te nemen en het dienstverband niet feitelijk hoeft te worden hersteld zolang het hoger beroep loopt. Tevens wordt het betaalde griffierecht terugbetaald aan de gemeente Amsterdam.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep schorst de werking van de uitspraak zodat het dienstverband niet hoeft te worden hersteld tijdens het hoger beroep.