ECLI:NL:CRVB:2006:AY9119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening WAO-uitkering wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% arbeidsongeschiktheid naar 35-45%, met ingang van 15 juni 2003. Het bezwaar werd ingediend met een brief gedateerd 28 mei 2003, die appellant persoonlijk op 24 mei 2003 zou hebben afgeleverd en op 25 mei 2003 per fax verzonden. Het UWV achtte het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar niet tijdig was ontvangen. De verklaring van appellant over de verzenddatum werd niet geloofwaardig geacht, mede vanwege discrepanties in de faxdata en het ontbreken van sluitend bewijs van ontvangst op 25 mei 2003. De Raad vond ook geen verschoonbare termijnoverschrijding, ondanks het overlijden van appellants moeder en de ceremoniën daaromheen.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 4 september 2003 en verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 15 april 2003 niet-ontvankelijk. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.