ECLI:NL:CRVB:2006:AY9197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste WAO-belastbaarheidsschatting ondanks betwisting appellant
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich ziek met chronische lage rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. De verzekeringsarts stelde een functionele beperkingenlijst op, waarbij appellant beperkt werd geacht voor zwaar rugbelastend werk. De arbeidsdeskundige bepaalde een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15,62.
Appellant maakte bezwaar tegen deze schatting, onder meer met medische gegevens van huisarts en orthopedisch chirurg, en stelde dat zijn belastbaarheid was overschat. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en zag geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige. In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Raad stelde vast dat de rapportage van de orthopedisch chirurg niet op appellant betrekking had en daarom buiten beschouwing werd gelaten. De Raad vond geen reden om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen, mede omdat de nieuwe medische gegevens betrekking hadden op een periode na de datum van het besluit. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.