ECLI:NL:CRVB:2006:AY9198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en herziening ANW-uitkering ondanks psychische toestand appellant
Appellant vroeg een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van zijn echtgenote en gaf daarbij een inkomen uit dienstbetrekking op. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem een uitkering toe, maar herzag deze later vanwege onjuiste inkomensopgaven en wijziging in zijn WAO-uitkering. De Svb stelde de uitkering vanaf september 1999 grotendeels op nihil en vorderde te veel betaalde bedragen terug.
Appellant voerde aan dat hij steeds correct zijn inkomen had doorgegeven en dat hij door zijn psychische toestand niet alert genoeg was om de gevolgen van de wijzigingen te begrijpen. Hij stelde ook dat hij onvoldoende geïnformeerd was over de inkomensbegrippen en dat de terugvordering onredelijk was gezien zijn financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de herziening ongegrond en oordeelde dat appellant voldoende informatie had ontvangen, ook al had hij de brochure mogelijk niet gelezen. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de Svb terecht de terugwerkende kracht van de herziening heeft beperkt, maar dat de terugvordering en invordering rechtmatig zijn. De psychische toestand van appellant rechtvaardigt geen afwijking van dit oordeel.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en herziening van de ANW-uitkering en wijst het hoger beroep van appellant af.