ECLI:NL:CRVB:2006:AY9210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Onderhoudseis kinderbijslag voor in het buitenland verblijvende kinderen
Appellant, voormalig gehuwd en vader van Dilara, betwistte het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 1998 tot en met het vierde kwartaal 2002 te weigeren, omdat hij niet zou hebben aangetoond zijn dochter in belangrijke mate te onderhouden terwijl zij in Turkije verbleef.
De Svb baseerde haar besluit op het ontbreken van voldoende bewijs van onderhoudsbetalingen, ondanks dat appellant diverse kassabonnen, postpakketbewijzen, vliegtickets en stortingsbewijzen had overgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep werd een verklaring van de GarantiBank overgelegd die 13 stortingen bevestigde.
De Raad oordeelde dat deze verklaring voldoende bewijs leverde voor twaalf betalingen, waarvan vier kwartalen de minimale onderhoudsbijdrage overschreden. Voor deze kwartalen vernietigde de Raad het besluit en bepaalde dat de Svb een nieuwe beslissing moest nemen. Voor de overige kwartalen bleef het besluit in stand. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd voor vier kwartalen en bevestigd voor de overige; een nieuwe beslissing wordt bevolen.