ECLI:NL:CRVB:2006:AY9213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante had beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om haar een WAO-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens eigen medische rapporten op 12 mei 2003 niet in staat was om duurzaam regulier werk te verrichten. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad nam kennis van een contra-expertise door zenuwarts Busard, die stelde dat appellante vanwege fibromyalgie niet fulltime kon werken. De Raad liet echter een onafhankelijke psychiater benoemen, die concludeerde dat de klachten subjectief waren en geen psychiatrische afwijkingen aanwezig waren. De psychiater vond dat appellante gemiddeld 40 uur per week arbeid kon verrichten.
De Raad volgt zijn vaste rechtspraak dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige door de bestuursrechter ingeschakeld, leidend is, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. Omdat die omstandigheden ontbraken, achtte de Raad geen reden om af te wijken van de eerdere medische beoordelingen. Ook de arbeidskundige grondslag van het besluit werd niet betwist. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de weigering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was op 12 mei 2003.