ECLI:NL:CRVB:2006:AY9484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid WAO-uitkering en toepassing artikel 87e WAO bij premiedifferentiatie
In deze zaak staat de rechtmatigheid van een aan een ex-werknemer toegekende WAO-uitkering centraal, welke ten grondslag ligt aan de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor het premiejaar 2002. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de premie vastgesteld rekening houdend met deze uitkering, die voortgezet was bij besluit van 17 maart 1999. Appellante betwistte de rechtmatigheid van deze uitkering en maakte bezwaar tegen het premiebesluit.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat artikel 87e van de WAO van toepassing is, waardoor bezwaren tegen de premieberekening niet kunnen worden gebaseerd op de juistheid van de toegekende WAO-uitkering. Dit artikel beoogt de discussie over de toekenning en hoogte van de uitkering te concentreren in een procedure tegen het toekenningsbesluit zelf. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de bezwaren van appellante niet ontvankelijk zijn voor zover deze zien op de rechtmatigheid van de uitkering.
Appellante voerde aan dat de rechtbank buiten haar rechtsmacht trad door artikel 87e toe te passen en dat de redelijke termijn was overschreden, wat haar recht op een goede procesorde zou schenden. De Raad verwierp deze stellingen, onder meer omdat appellante geen concrete schade aantoont en omdat het bezwaar tegen het toekenningsbesluit openstond. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.