ECLI:NL:CRVB:2006:AY9485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit ondanks geschil over medische belastbaarheid en uitstel hoorzitting
Appellant stelde in hoger beroep het besluit van het UWV aan de kaak waarbij zijn WAO-uitkering per 1 april 2003 werd vastgesteld op een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank had dit besluit eerder bevestigd, waarbij werd vastgesteld dat appellant met de voorgehouden functies een verlies aan verdiencapaciteit van 19,76% had.
Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten waren onderschat en overhandigde medische informatie van een psychiater ter ondersteuning. Tevens werd aangevoerd dat het UWV onterecht geen gehoor had gegeven aan een per fax ingediend verzoek tot uitstel van de hoorzitting. De rechtbank verwierp deze grieven, stellende dat appellant niet was verschenen op de hoorzitting en dat het uitstelverzoek niet tijdig was opgevolgd.
De Raad voegde hieraan toe dat het risico van het niet aantoonbaar aankomen van het faxbericht voor rekening van appellant komt, aangezien er geen sluitend bewijs was dat het verzoek was ontvangen. Ook was er geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde medische beperkingen en de geschiktheid van de voorgehouden functies. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het UWV-besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het UWV-besluit en wijst het hoger beroep van appellant af.