ECLI:NL:CRVB:2006:AY9649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAO ondanks betwisting medische beoordeling
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO te herzien naar een mate van 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij het medisch oordeel van de verzekeringsarts, gebaseerd op onderzoek en medisch dossier, leidend werd geacht.
Appellante stelde dat een Turkse arts een hernia had vastgesteld die door de verzekeringsartsen was gemist, en voerde tevens rapportages van het Instituut Psychosofia aan. De Raad oordeelde echter dat deze rapportages, opgesteld door een niet-medicus met niet-erkende onderzoeksmethoden, geen gewicht konden krijgen binnen de reguliere gezondheidszorg. De Raad onderschreef het standpunt dat de verzekeringsarts zijn eigen professionele oordeel mag vormen, mits dit objectief en reproduceerbaar is.
Daarnaast werd het arbeidskundige aspect beoordeeld, waarbij meerdere functies waren geduid die appellante zou kunnen verrichten. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de conclusie dat appellante in staat is tot gangbare arbeid, passend bij haar functionele mogelijkheden. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid werd bevestigd, ondanks een kleine correctie in het mediaanloon, wat geen effect had op de ingedeelde klasse.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot het benoemen van een medisch deskundige of tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering naar 15-25% en verklaart het hoger beroep ongegrond.