ECLI:NL:CRVB:2006:AY9652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in WAO-zaak wegens kosteloze rechtsbijstand
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 6 oktober 2006 uitspraak gedaan in het hoger beroep van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant) tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 16 april 2004. De rechtbank had het beroep van betrokkene, die in deze procedure werd bijgestaan door een medewerker van het WAO-platform, gegrond verklaard en de appellant veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van betrokkene. Appellant is in hoger beroep gegaan, uitsluitend tegen de proceskostenveroordeling, en stelde dat betrokkene kosteloze rechtsbijstand had ontvangen, waardoor de rechtbank ten onrechte artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had toegepast.
De Raad heeft de feiten en omstandigheden van de zaak zorgvuldig onderzocht. Betrokkene had inderdaad kosteloze rechtsbijstand ontvangen van het WAO-platform, dat zich inzet voor mensen met een handicap. De Raad kwam tot de conclusie dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat appellant de kosten van rechtsbijstand moest vergoeden. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover deze betrekking had op de proceskostenveroordeling en oordeelde dat appellant niet verplicht was om de kosten van rechtsbijstand te betalen.
De Raad heeft daarnaast de reiskosten van betrokkene in de procedure in aanmerking genomen en deze begroot op € 55,54. De uitspraak benadrukt het belang van het correct toepassen van de regels omtrent proceskosten in gevallen waar kosteloze rechtsbijstand is verleend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer, met J.W. Schuttel als voorzitter, en is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van griffier J.P. Mulder.