ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding macula-translocatie onder Ziekenfondswet wegens gebrek aan gebruikelijkheid
Appellante, verzekerd onder de toenmalige Ziekenfondswet, vroeg vergoeding voor een macula-translocatie uitgevoerd in 2002. CZ weigerde de vergoeding omdat deze behandeling niet als gebruikelijk binnen de beroepsgroep werd gezien. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de macula-translocatie niet gevalideerd was door de internationale medische wetenschap.
In hoger beroep voerde appellante aan dat CZ niet alle relevante gegevens had meegewogen en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat CZ terecht de aanvraag had afgewezen omdat de behandeling niet als gebruikelijk kon worden aangemerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een onjuiste toepassing in een ander geval niet tot continuering daarvan kon leiden.
De Raad hechtte geen betekenis aan een bindend advies van een andere beroepscommissie dat tot een andere conclusie kwam. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vergoeding voor de macula-translocatie wordt afgewezen omdat deze behandeling niet als gebruikelijk wordt beschouwd.