ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en matiging van vergrijpboete op grond van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
Belanghebbende exploiteert een kleinhandel en kreeg een vergrijpboete opgelegd wegens het niet tijdig doen van een mededeling volgens de 5%-regeling uit het Loonadministratiebesluit. De rechtbank had de boete gematigd tot € 400,00 omdat zij vond dat de hoogte van de boete niet in juiste verhouding stond tot de ernst van het vergrijp.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel verworpen. De Raad overwoog dat het boetestelsel in het Toepassingsbesluit voldoende waarborgt dat de boete is afgestemd op de ernst en verwijtbaarheid van het vergrijp. De omstandigheden die de rechtbank had meegewogen waren volgens de Raad onvoldoende onderbouwd en betroffen vooral stellingen over de mededelingsverplichting, niet over de ernst van het vergrijp.
De Raad zag ook geen reden om het tijdsverloop tussen het vergrijp en de boeteoplegging als matigingsgrond te zien. Bij gebrek aan bijzondere omstandigheden werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en bleef de boete van € 1.995,38 in stand.
Partijen waren op de zitting niet verschenen, en de Raad deed uitspraak op basis van het dossier. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van € 1.995,38 wordt gehandhaafd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.