ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding macula-translocatie als gebruikelijke behandeling in zorgverzekeringsrecht
Appellant verzocht vergoeding van kosten voor een macula-translocatie, welke door CZ werd afgewezen omdat deze behandeling niet als gebruikelijk werd beschouwd binnen de beroepsgroep. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het standpunt van CZ bevestigde, werd hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad nam kennis van medische publicaties en adviezen waaruit bleek dat de macula-translocatie internationaal niet voldoende gevalideerd was en vanwege complicatierisico's terughoudend werd toegepast. Hoewel appellant stelde dat CZ niet alle relevante gegevens had meegewogen en zich beriep op het gelijkheidsbeginsel, vond de Raad geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Raad oordeelde dat vergoeding van een latere operatie niet betekent dat de macula-translocatie als gebruikelijke behandeling wordt erkend. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de macula-translocatie niet als gebruikelijke behandeling kan worden aangemerkt en wijst het beroep af.