ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling WAO-uitkering waarbij psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen
Appellant, een voormalig electromonteur, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens fysieke en psychische klachten. Het UWV trok deze uitkering in 2001 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Na bezwaar werd de uitkering weer toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%, waarbij rekening werd gehouden met psychische klachten die voortvloeien uit fysieke beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen niet werden erkend. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld. Het UWV handhaafde het besluit niet omdat bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid geen rekening was gehouden met psychische klachten.
De Raad oordeelde dat de psychische klachten samenhangen met de fysieke klachten en dat het UWV deze ten onrechte niet had meegewogen. Daarom vernietigde de Raad het besluit en beval het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van de psychische klachten. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het latere UWV-besluit wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen waarbij psychische klachten worden meegewogen.