ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering en geschiktheid voor functies bij WAO
Appellant, voormalig glazenwasser, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens rug- en enkelklachten. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35-45% vanaf 14 april 2001, gebaseerd op een medische beoordeling die geen psychische beperkingen meenam.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hoewel een deskundige psychiater beperkingen door psychische factoren vaststelde. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met deze psychische beperkingen en geen aanvullend arbeidskundig onderzoek liet verrichten.
De Raad volgde de psychiater en oordeelde dat het UWV bij het bestreden besluit onvolledig medisch onderzoek had verricht. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat het UWV in hoger beroep voldoende had toegelicht dat appellant geschikt was voor de voorgehouden functies, rekening houdend met psychische beperkingen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat het gestorte recht wordt vergoed aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.