ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid ondanks investeringsactiviteiten
Appellant, geboren in 1935, ontving sinds 1970 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. In 1999 vulde hij een inlichtingenformulier in waarin hij aangaf mogelijk in de toekomst als surveyor op schepen te gaan werken. Het UWV startte een fraudeonderzoek nadat bleek dat appellant investeerde in een schip in Lissabon dat hij wilde exploiteren via zijn BV.
Appellant voerde werkzaamheden uit zoals het verzekeren van het schip, onderhandelen met havenautoriteiten, vaarklaar maken en het kapiteinschap tijdens het overvaren. Het UWV kwalificeerde deze activiteiten als loonvormende freelance arbeid, gelijkgesteld aan inkomen uit arbeid, en paste artikel 44 van Pro de WAO toe om de uitkering over de betreffende perioden te weigeren. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de mededelingsplicht.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in zijn werkzaamheden en kosten, waardoor het UWV een schatting maakte van het inkomen. In hoger beroep voerde appellant aan dat de activiteiten ten onrechte als arbeid werden gekwalificeerd en dat het UWV de inkomsten anders had moeten bepalen, maar de Raad volgde het oordeel van de rechtbank en bevestigde de korting, terugvordering en boete. De verklaring van de getuige deed hieraan geen afbreuk.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WAO-uitkering en de boete wegens schending van de mededelingsplicht.