ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1994 wegens psychische klachten, kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken per 27 juni 2002 vanwege detentie. Na vrijlating verzocht hij om heropening van de uitkering. Het UWV baseerde haar besluit op een beoordeling waarbij appellant een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15% werd toegekend per 2 december 2002.
Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten onverminderd ernstig waren en dat het UWV onvoldoende medisch onderzoek had verricht. Diverse rapporten, waaronder van een psycholoog en verzekeringsarts, gaven aan dat appellant sinds december 2003 volledig arbeidsongeschikt was, mede door een persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant zijn stellingen onvoldoende medisch onderbouwde. De Centrale Raad oordeelt echter dat het UWV het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid omdat geen nader medisch-specialistisch onderzoek is verricht. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen, waarbij ook proceskosten worden toegewezen aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.