ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidsuitkering ondanks psychische klachten en functiebeoordeling
Appellante is sinds 19 juli 1999 wegens surmenageklachten uitgevallen uit haar voltijdse functie. Het UWV kende haar een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe van 65 tot 80% en handhaafde deze na herbeoordeling en bezwaar. De rechtbank verwierp het beroep van appellante tegen dit besluit. In hoger beroep betoogt appellante dat onvoldoende rekening is gehouden met haar psychische klachten en dat zij niet in staat zou zijn de functies te verrichten die als passend zijn beoordeeld.
De Raad stelt vast dat er geen objectief-medische gegevens zijn die de opvatting van appellante ondersteunen dat zij op de relevante datum meer beperkt was dan door het UWV aangenomen. Ook de door appellante ingebrachte verklaringen van behandelaars bevatten onvoldoende aanwijzingen voor een zwaardere beperking. De Raad sluit zich aan bij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts die de medische situatie beoordeelde.
Verder oordeelt de Raad dat de functies die als passend zijn aangemerkt niet-stresserend zijn en binnen de maximale arbeidsomvang van 20 uur per week blijven, passend bij de medische mogelijkheden van appellante. Ook de bezwaren tegen de gebruikte reductiefactor bij de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid worden verworpen, omdat deze gebaseerd zijn op verouderde gegevens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellante onverminderd in staat is tot 20 uur per week niet-stresserende arbeid.