ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag
Appellante ontving een WAO-uitkering die aanvankelijk was vastgesteld op 80-100% arbeidsongeschiktheid, later herzien naar 25-35%. De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaarde. Na herberekening bleven slechts twee geschikte functies over, terwijl volgens het Schattingsbesluit minimaal drie functies vereist zijn.
De Raad stelde vast dat de arbeidskundige grondslag onvoldoende was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het bestreden besluit van 23 september 2004 werd gegrond verklaard en vernietigd. Het Uwv moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante. Appellante was niet aanwezig bij de zitting, het Uwv werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd; het Uwv moet een nieuw besluit nemen.