ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0623
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning burgeroorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1927 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in oktober 1999 om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
De oorspronkelijke aanvraag werd afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant direct was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit, waardoor het rechtens verbindend werd.
In februari 2005 diende appellant een herzieningsverzoek in, dat eveneens werd afgewezen omdat hij geen relevante nieuwe feiten of gegevens had aangevoerd die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden. De Raad toetst dit besluit terughoudend en concludeert dat appellant in wezen zijn eerdere stellingen herhaalde zonder nieuwe bewijsstukken.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en wijst een vergoeding van proceskosten af. Het besluit van verweerster kan de terughoudende toetsing doorstaan en blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van relevante nieuwe feiten voor herziening.