ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0625
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde aanvraag WUV-uitkering wegens onvoldoende verband met vervolging
Appellante, geboren in 1930, diende in december 1993 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Haar aanvraag werd in 1994 erkend, maar de uitkering geweigerd omdat de klachten, waaronder bloedarmoede, niet in verband konden worden gebracht met de vervolging. In 2000 en 2005 diende zij opnieuw aanvragen in, die eveneens werden afgewezen.
De Raad beoordeelde het bestreden besluit waarbij de hernieuwde aanvraag in 2005 werd afgewezen. Dit besluit was gebaseerd op medische adviezen, waaronder een psychiatrisch onderzoek uit 2005, waaruit bleek dat de psychische klachten van appellante niet het niveau van een ziekte of gebrek bereikten en dat er geen oorzakelijk verband was tussen haar bloedarmoede en de vervolging.
Appellante voerde aan dat het psychiatrisch onderzoek te kort was geweest, maar bracht geen aanvullende medische gegevens aan. De Raad vond het besluit deugdelijk gemotiveerd en zag geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van het standpunt van verweerster. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar hernieuwde WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.