ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant staakte zijn werkzaamheden als meewerkend directeur in maart 1998 wegens psychische klachten. Het UWV wees aanvankelijk zijn aanvraag voor een WAO-uitkering af, waarna de rechtbank dit besluit vernietigde wegens een onjuiste medische grondslag. Na hernieuwde beoordeling kende het UWV een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het UWV bij het bestreden besluit geen deugdelijke arbeidskundige onderbouwing heeft geleverd, omdat de geselecteerde passende functies niet relevant zijn voor de toekenningsdatum. Hierdoor ontbreekt een draagkrachtige motivering, wat in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad benadrukt dat dit niet betekent dat het UWV verplicht is een hogere mate van arbeidsongeschiktheid toe te kennen. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met een juiste motivering. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.