ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking directeuren/aandeelhouders in sociale verzekeringswetten
Appellanten, directeuren en aandeelhouders van verschillende vennootschappen, voerden beroep aan tegen besluiten van het Uwv die hen als werknemers in de zin van de WW, WAO en ZW aanmerkten. Het geschil betrof de vraag of hun arbeidsverhouding gelijkgesteld kon worden aan een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De rechtbank had het standpunt van het Uwv onderschreven en geoordeeld dat voldaan was aan de vereisten van loon, persoonlijke dienstverrichting en gezagsverhouding. Appellanten betwistten dit oordeel, met name de aanwezigheid van een gezagsverhouding.
De Raad overwoog dat managementvergoedingen gelijkgesteld konden worden aan loon en dat de aandeelhoudersovereenkomst en statutaire bepalingen wezen op persoonlijke inzet. Verder werd vastgesteld dat het ontbreken van een doorslaggevende stem in de algemene vergadering impliceert dat een gezagsverhouding aanwezig is, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk zijn, wat hier niet het geval was.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellanten worden aangemerkt als werknemers voor sociale verzekeringswetten.