ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productie medewerker, kreeg sinds 1979 een WAO-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2001 werd deze uitkering herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid, wat appellant betwistte. Diverse medische rapporten, waaronder van Turkse artsen en een psychiater, werden overlegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of het UWV voldoende rekening had gehouden met de beperkingen van appellant. De Raad concludeerde dat de verzekeringsarts zorgvuldig de medische gegevens had beoordeeld, waaronder rapporten van artsen die appellant in Turkije onderzochten. De psychiater Tunca gaf geen aanleiding tot volledige arbeidsongeschiktheid.
De bezwaarverzekeringsarts motiveerde waarom de beperkingen niet verder moesten worden uitgebreid, ondanks de verklaring van de zenuwarts Franssen. Appellant kon de voorgehouden functies vervullen zonder de belastbaarheid te overschrijden. Geen nieuwe feiten of omstandigheden rechtvaardigden herziening van het besluit, waardoor de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.