ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onderschatting beperkingen
Appellante was zowel in deeltijd loondienst als zelfstandig werkzaam en kreeg een WAZ- en WAO-uitkering toegekend door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35%. Zij stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en ondersteunde dit met medische rapporten van een psychiater en orthopedisch chirurg.
De Raad schakelde een onafhankelijke neuroloog in, die op basis van eigen onderzoek en dossiergegevens concludeerde dat appellante op de relevante data ernstige degeneratieve afwijkingen en een grote discusprolaps had, wat haar belastbaarheid fors verminderde. Dit oordeel werd door de Raad gevolgd.
De Raad vernietigde het eerdere besluit van het UWV en bepaalde dat het UWV opnieuw moet beslissen over de uitkeringen, rekening houdend met de ernstiger beperkingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en kosten van medische rapporten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en onafhankelijke medische beoordeling bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en de noodzaak voor het bestuursorgaan om besluiten hierop aan te passen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen waarin de ernstiger beperkingen van appellante worden erkend.