ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheidsuitkering jonggehandicapte wegens onjuiste toepassing woonplaatscriteria
Appellant, geboren in 1964 en sinds zijn geboorte woonachtig nabij de grens met Nederland, leed aan ernstige aandoeningen en vroeg meerdere malen een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan. Het UWV wees zijn aanvragen af op grond van het ontbreken van ingezetenschap en het feit dat zijn arbeidsongeschiktheid bestond vóór aanvang van de verzekering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV ten onrechte de aanvraag van januari 2000 niet als een aanvraag onder de Wajong heeft aangemerkt en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de toepasselijkheid van EG-Verordening 1408/71, met name de woonplaatscriteria en de status van appellant als gezinslid van een migrerende werknemer.
De Raad stelt dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank niet in stand kunnen blijven omdat de feitelijke situatie van appellant gewijzigd was en het nieuwe wettelijke regime van de Wajong van toepassing is. Het UWV dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de juiste coördinatieregels.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak benadrukt de noodzaak van zorgvuldige toepassing van Europese regelgeving bij sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV dient een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de juiste wettelijke en Europese regels.