ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek vrijstelling verplichte verzekering volksverzekeringen Britse marinepensioen
Appellant, voormalig werknemer bij de Britse marine, vroeg vrijstelling van de verplichte verzekering voor de Nederlandse volksverzekeringen met betrekking tot zijn Britse marinepensioen vanaf 1999. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verleende vrijstelling met ingang van de datum van aanvraag, 24 september 2001, omdat appellant niet eerder een verzoek had ingediend.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet verzekerd was volgens Engelse wetgeving en de Svb de vrijstelling juist had gemotiveerd op basis van artikel 22 van Pro het Besluit kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746). Appellant stelde in hoger beroep dat hij onder een speciale regeling viel en dat de vrijstelling terugwerkende kracht behoorde te krijgen.
De Raad concludeerde dat appellant in Nederland verplicht verzekerd was en dat de algemene regel geldt dat vrijstelling niet met terugwerkende kracht wordt verleend als het verzoek later wordt ingediend, tenzij sprake is van onbillijkheid van overwegende aard. Deze onbillijkheid was niet aannemelijk, mede omdat appellant op de hoogte had kunnen zijn van de regeling. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling van de verplichte verzekering gaat in op de datum van aanvraag zonder terugwerkende kracht.