ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1079
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering WUV-uitkering wegens niet samenhangende psychische klachten met vervolging
Appellant, geboren in 1933, vroeg in 2004 een periodieke uitkering aan als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster erkende appellant als vervolgde, maar wees de uitkering af omdat de psychische klachten niet aan de vervolging konden worden toegeschreven.
De Raad beoordeelde of de klachten van appellant, waaronder depressieve episodes, voortvloeiden uit de vervolging. Medische adviezen, waaronder een rapport van een psychiater uit Australië, stelden dat de klachten niet het gevolg waren van vervolging maar van andere levensgebeurtenissen zoals ziekte en operaties.
De Raad vond het besluit van verweerster deugdelijk gemotiveerd en zag geen medische gegevens die tot een ander oordeel konden leiden. Het feit dat anderen met soortgelijke ervaringen wel een uitkering ontvingen, was geen reden voor een ander oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.