ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding en kwalificatie bezwaarschrift dagloon WAO
Appellante heeft tegen twee uitspraken van de rechtbank Middelburg hoger beroep ingesteld, betreffende de vaststelling van haar dagloon in het kader van de WAO en de Ziektewet. De Raad beoordeelde de tijdigheid van het hoger beroep en de kwalificatie van een brief van appellante als bezwaarschrift.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep tegen de Ziektewet-uitspraak niet tijdig was ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De door appellante aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding werden niet geaccepteerd. Daarnaast stelde de Raad vast dat een brief van appellante van 15 augustus 2003, die het Uwv als bezwaarschrift had opgevat, feitelijk een verzoek om informatie betrof en daarmee geen bezwaarschrift in de zin van de Awb was.
Hierdoor was het besluit van 24 juni 2004 geen beslissing op bezwaar, maar een primair besluit. Het beroepschrift van 27 juli 2004 moest daarom als bezwaarschrift worden aangemerkt en in behandeling worden genomen. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarbij het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de Ziektewet-uitspraak is niet-ontvankelijk; het beroepschrift tegen het WAO-besluit wordt als bezwaarschrift in behandeling genomen.